Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Definities en begripsomschrijvingen

Onderdeel van Parkeerverordening Wijk bij Duurstede 2025

In deze verordening wordt verstaan onder: aanbieder (deelauto): de natuurlijke persoon of rechtspersoon die motorvoertuigen voor autodelen gebruik ter beschikking stelt, zie ook deelauto-organisatie aanvrager: degene die een aanvraagformulier invult en ondertekent, met als doel in aanmerking te komen voor een parkeervergunning; aanvraagformulier: een formulier dat door een aanvrager ingevuld en ondertekend moet worden om in aanmerking te komen voor een parkeervergunning; aanhangwagen: een voertuig dat is bestemd om achter een motorvoertuig te worden gekoppeld en vervolgens daarmee wordt voortgetrokken; adres: het adres zoals dit is opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP); algemene gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met het bord E6 uit bijlage 1 van het RVV 1990; autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; bewoner: degene die volgens de BRP staat ingeschreven op een adres dat met een afzonderlijk huisnummer is aangegeven en waar diegene ook daadwerkelijk woont. Het vereiste van een afzonderlijk huisnummer geldt niet voor bejaarden- en verzorgingstehuizen; deelauto-organisatie: een organisatie die motorvoertuigen voor autodate gebruik ter beschikking stelt deelauto(stand)plaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met onderbord met aanduiding “autodate”. geïndiceerde zorg: vaststelling van zorg door een indicatieorgaan, waarbij het indicatieorgaan de noodzakelijke (hoeveelheid) zorg aangeeft; gehandicaptenparkeerkaart: een parkeerkaart waarmee bij alle algemene gehandicaptenparkeerplaatsen geparkeerd mag worden en waarmee in combinatie met een parkeerschijf maximaal drie uur aaneengesloten geparkeerd mag worden op vergunninghouderplaatsen; houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; degene die gebruik maakt van een leaseauto, zoals blijkt uit een verklaring ter zake van dekentekenhouder (leasemaatschappij); de werknemer die (nagenoeg) permanent ten behoeve van zijn werkzaamheden de beschikking heeft over een motorvoertuig van zijn werkgever, zoals blijkt uit een officiële verklaring ter zake van de werkgever. kampeervoertuig: een caravan of camper; leasemaatschappij: een bedrijf of organisatie die zich op een professionele manier bezighoudt met autolease en wagenparkbeheer. Hierbij staat centraal dat zij auto’s ter beschikking stellen aan een huurder waarvoor deze een (maandelijkse) vergoeding aan de leasemaatschappij betaald; motorvoertuig(en): hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990, uitgezonderd motorvoertuigen met één of twee wielen; parkeerschijf: een platte schijf die aanduidt om welk uur een auto op een parkeerplaats is gezet. In een zone waar de parkeertijd begrensd is, kan de toezichthouder zien of de auto er dan al te lang staat of niet; parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen vergunninghouderplaatsen; parkeervergunningbewijs: het eigenlijk bewijs van toekenning van een parkeervergunning welke verstrekt wordt aan een vergunninghouder, en welke in, op of aan de auto zichtbaar bevestigd moet worden; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeren op eigen terrein: parkeerplaats(en) waarover de aanvrager kan beschikken of had kunnen beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, in gebruikgeving of anderszins, alsmede een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken of bewonersabonnement in een parkeergarage; RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990 van 26 juli 1990, Stb. 459; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend; vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met de opschriftzone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; vergunningenplafond: het door het college van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 9 lid 1 te bepalen maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen; wachtlijst: lijst waarop aanvragers van een parkeervergunning komen te staan nadat de vergunningaanvraag is afgewezen vanwege het bereiken van het parkeervergunningenplafond;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel