Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Intrekken, wijzigen of niet verlengen van parkeervergunningen

Onderdeel van Parkeerverordening Wijk bij Duurstede 2025

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan een parkeervergunning intrekken, wijzigen of niet verlengen: op verzoek van de vergunninghouder, uitsluitend na inlevering van het oude parkeervergunningbewijs; wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de parkeervergunning is verleend; wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning (zie artikel 12); wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunning komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van deze gegevens niet tot verstrekking van de parkeervergunning zou hebben geleid; om redenen van openbaar belang; wanneer een nieuw of gewijzigd parkeervergunningbewijs niet binnen 6 weken na geldigheidsdatum door de vergunninghouder is opgehaald; wanneer een parkeervergunningbewijs is vervalst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel