Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.4.1

(2.7 oud) Ligplaatsvergunning bedrijfsvaartuig

Onderdeel van Verordening op de haven en het binnenwater 2006

1.. Het is verboden, zonder of in afwijking van vergunning van het College met een bedrijfsvaartuig ligplaats in te nemen. De vergunning is persoons-, bedrijfs- en vaartuiggebonden, onverminderd het bepaalde in artikel 2.2.2. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing: voor het innemen van een ligplaats die het College heeft aangewezen ten behoeve van een specifieke categorie bedrijfsvaartuigen; voor de benodigde duur van het embarkeren of debarkeren van passagiers dan wel voor de aan- en afvoer van materialen over water, op afmeerplaatsen die het College daartoe heeft aangewezen. Ten aanzien van het gebruik van deze afmeerplaatsen kan het College nadere regels stellen. 3.. Artikel 2.3.1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 4.. De vergunning kan alleen worden verleend indien de uit te oefenen werkzaamheden of activiteiten watergebonden zijn of wanneer het gaat om de aan- of afvoer van materialen over water en de vereiste vergunningen voor het uitoefenen van die werkzaamheden of activiteiten zijn verleend. 5.. Het College kan in afwijking van het vierde lid vergunning verlenen: voor incidentele sociaal-culturele activiteiten die een korte periode duren, of in bijzondere gevallen. 6.. Het College kan nadere regels stellen voor het reserveren van daartoe aangewezen ligplaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel