Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.4.1

(3.11 oud) Ligplaatsregels (combinatie-)tankschepen

Onderdeel van Verordening op de haven en het binnenwater 2006

1.. Het is verboden ligplaats te nemen buiten het oliehavengebied met een tankschip of een combinatietankschip dat is geladen met gevaarlijke stoffen of dat daarvan leeg is en niet is ontdaan van de restanten van die stoffen. 2.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een tankschip, niet zijnde een zeeschip, dat is geladen met brandbare vloeistoffen met een vlampunt van 61° Celsius of hoger dan wel dat leeg is en daarvan niet is schoongemaakt. 3.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op combinatietankschepen in het geval: 1. de ruimten of ladingtanks, bestemt of gebruikt voor het vervoer van vaste stoffen, geen brandbare vloeistoffen of restanten daarvan bevatten, en, 2. de ruimten of ladingtanks die rechtstreeks grenzen aan de onder 1 bedoelde ruimten of tanks en die leeg zijn van brandbare vloeistoffen of restanten daarvan dan wel een inerte atmosfeer onder positieve druk of een gasvrije atmosfeer bevatten, en, 3. de sloptanks gescheiden zijn van de onder 1 bedoelde ruimten of ladingtanks door tenminste een ruimte die geen brandbare vloeistoffen of restanten daarvan bevat, en, 4. in de sloptanks de vrije ruimte boven de ladingrestanten is gevuld met een inert gas onder positieve druk; het schip vanaf de oplevering geen brandbare vloeistoffen heeft vervoerd; een certificaat is afgegeven door een op basis van het Arbeidsomstandighedenbesluit erkend deskundige, als bedoeld in artikel 3.3.8 van deze Verordening, waaruit blijkt dat brandbare vloeistoffen en restanten daarvan verwijderd zijn uit de ladingtanks en rechtstreeks daaraan grenzende ruimten, met inbegrip van de sloptank, en sinds de afgifte van het certificaat geen brandbare vloeistoffen aanwezig zijn geweest in de bedoelde ruimten. 4.. Voordat ligplaats wordt ingenomen legt de kapitein in de gevallen zoals genoemd in het derde lid van dit artikel een verklaring af aan de Havenmeester. 5.. Het College kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel