**1..** Degene die vóór het in werking treden van deze verordening over een vergunning, ontheffing of toestemming beschikt op grond van de Verordening op de haven en het binnenwater 1995 (VHB 1995), de Algemene Plaatselijke Verordening 1983, de Romp-Algemene Politieverordening Amsterdam of de Verordening op woonschepen dan wel dan wel op grond van het besluit van Burgemeester en Wethouders van 22 maart 1988 (Gemeenteblad 1998, afd. 3, volgn.72), wordt geacht vergunning, ontheffing of toestemming te hebben verkregen op grond van de van toepassing zijnde overeenkomstige bepalingen van deze verordening.
**2..** Op aanvragen om een vergunning, ontheffing of toestemming die vóór het in werking treden van deze verordening zijn gedaan en waarop nog niet is beslist, worden de desbetreffende bepalingen van deze verordening toegepast.
**3..** Besluiten ter uitvoering van bepalingen van de verordeningen die bij de inwerkingtreding van deze verordening worden ingetrokken, worden geacht te zijn genomen ter uitvoering van de overeenkomstige bepalingen in deze verordening.
Hoofdstuk
Artikel 5.2
Overgangsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de haven en het binnenwater 2006