**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1, onder e, en artikel 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte, bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet.
**2..** Onverminderd het bepaalde in de artikel 1, onder e, en artikel 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, op de dag, bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip, bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, juncto de artikelen X2, X6 en X8, tweede, derde en vijfde lid, van de Kieswet.
**3..** De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks uitbetaald.
Hoofdstuk
Artikel 16
Berekening en betaling vaste vergoedingen
Onderdeel van Verordening vergoedingen raads- en commissieleden 2003