Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening afvalstoffenheffing 2025

1. . De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1. van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. . De belasting in hoofdstuk 1,onderdeel 1.2. van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar. 3. . De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienst verlening of bij de aanvang van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen. 4. . Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1. van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5. . Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1,onderdeel 1.1. van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6. . Het vierde en het vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt of indien de belastingplichtige de minicontainer voor restafval wisselt voor een andere volumemaat. 7. . Voor de beoordeling van de vraag tot welke tariefgroep een belastingplichtige behoort geldt als peildatum 1 januari van het belastingjaar. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar geldt als peildatum voor het resterend deel van het belastingjaar het tijdstip van aanvang van de belastingplicht. 8. . Indien de belastingplichtige in de loop van het belastingjaar wisselt van volumemaat container voor restafval geldt vanaf dat moment het tarief per lediging/aanbieding behorende bij die nieuwe volumemaat zoals opgenomen in lid 1.2.1 en 1.2.2. van de tarieventabel. 8. . Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 9. . Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel