Over iedere aangelegenheid die onder de bevoegdheid van de Raad valt, kan een burgerinitiatief worden ingediend, met uitzondering van de volgende beslissingen en onderwerpen:
a. beslissingen van de Raad op bezwaar dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen;
b. individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden;
c. het voor kennisgeving aannemen van nota’s en rapporten;
d. het vaststellen van de begroting en de rekening;
e. het vaststellen van gemeentelijke tarieven en belastingen;
f. beslissingen in het kader van deze verordening;
g. beslissingen waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de ermee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen;
h. beslissingen waarbij het belang van een referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de Raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving;
i. beslissingen ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de Raad geen beleidsvrijheid heeft;
j. beslissingen welke naar het oordeel van de Raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
k. de in een startnotitie inrichting besluitvormingsproces vermelde beslissingen die voorafgaan aan de beslissing waarvan de Raad heeft vastgesteld dat die als eerste in aanmerking komt voor een referendum;
l. de vaststelling, de herziening of de intrekking van een bestemmingsplan;
m. het instellen, het samenvoegen of het opheffen van stadsdelen;
n. onderwerpen die in strijd zijn met een besluit van de Raad genomen in de periode van vier kalenderjaren voorafgaande aan het burgerinitiatief.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 5
Voor een burgerinitiatief in aanmerking komende onderwerpen
Onderdeel van Amsterdamse Verordening op het burgerinitiatief en het referendum