De burgemeester is primair verantwoordelijk het toezicht op de evenementen en voor de openbare orde en veiligheid. Namens de burgemeester wordt de evenementenvergunning verleend. Hij beschikt voorts over een aantal bestuursrechtelijke instrumenten om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. De burgemeester is het bevoegd gezag om op te treden tegen overtredingen van de vergunningvoorschriften. De evenementenvergunning omvat vaak ook ontheffingen die zijn verleend door het college van B&W. Denk bijvoorbeeld aan de ontheffing voor geluid. In dat geval vindt handhaving plaats namens het college van B&W. De burgemeester beschikt voorts op grond van de Gemeentewet over een aantal bevelsbevoegdheden in geval de openbare orde en veiligheid in het geding zijn.
8.3.2.1 Bestuurlijke waarschuwing
Bij het niet nakomen van de vergunningsvoorschriften, bepalingen uit de APV, het evenementenvergunningenbeleid of (schriftelijke) afspraken die zijn gemaakt met een toezichthouder kan worden besloten om een bestuurlijke waarschuwing te geven. De bestuurlijke waarschuwing kan inhouden dat bij een volgende overtreding zal worden overgegaan tot een bestuurlijke maatregel. De bestuurlijke waarschuwing is geen besluit op basis van de Awb. Tegen een bestuurlijke waarschuwing staat dan ook geen bezwaar open. Voor het overige kunnen (dreigende) overtredingen met een (preventieve) last onder dwangsom of bestuursdwang worden aangepakt via de afdeling PTH
Bij ernstige verstoringen van de openbare orde en veiligheid is de vakgroep veiligheid aan zet. De burgemeester kan zo nodig zijn bevelsbevoegdheden inzetten om de openbare orde en veiligheid te handhaven.
8.3.2.2 Last onder dwangsom en last onder bestuursdwang
Een last onder dwangsom houdt in dat een organisator wordt aangeschreven om de overtreding te beëindigen en voortzetting of herhaling van de overtreding te voorkomen op straffe van het verbeuren van één of meerdere dwangsommen. Zie hiervoor afdeling 5.3.2 van de Awb. Deze last houdt in dat de overtreder de illegale situatie in overeenstemming dient te brengen met de geldende regels of een overtreding achterwege dient te laten. De organisator verbeurt een dwangsom op het moment dat een overtreding opnieuw wordt geconstateerd. Er dient dan dus een van tevoren bepaald geldbedrag te worden betaald. Het is dus een financiële prikkel om geen overtredingen meer te begaan. De hoogte van de dwangsom wordt van geval tot geval beoordeeld afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding. De last kan zo nodig met een zeer korte begunstigingstermijn worden opgelegd,. Dat betekent dat naar aanleiding van een overtreding aan het begin van een evenement een last wordt opgelegd die nog hetzelfde evenement in werking treedt. Als de last wordt overtreder, moet de overtreder een dwangsom betalen. Een last wordt in navolging van het handhavingskader drank- en horeca in beginsel opgelegd voor de duur van twee jaren.
In sommige gevallen is het meer passend om te kiezen voor een last onder bestuursdwang. Dit geldt met name indien het een situatie betreft die om bijvoorbeeld redenen van grote overlast of veiligheid niet mag worden voortgezet. Bij bestuursdwang gaat het betreffende bestuursorgaan zelfstandig over tot daadwerkelijk optreden door de overtreding te beëindigen indien de organisator dat niet doet binnen de gestelde termijn. Zie hiervoor afdeling 5.3.1 van de Awb. De bestaande illegale situatie kan dus door het optreden van het bestuursorgaan in overeenstemming worden gebracht met de wettelijk geldende normen. Hierbij moet worden gedacht aan het stilleggen van een evenement omdat geen vergunning is verleend. In (zeer) spoedeisende gevallen kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Zie hiervoor artikel 5:31 Awb.
De dwangsombevoegdheid en de bestuursdwangbevoegdheid kunnen niet gelijktijdig, maar wel achtereenvolgens worden toegepast. Dit betekent dat er steeds een keuze voor één van beide maatregelen zal worden gemaakt.
De dwangsombevoegdheid en de bestuursdwangbevoegdheid kunnen ook preventief worden ingezet, zie hiervoor artikel 5:7 Awb. Er moet in dat geval sprake zijn van gevaar van een overtreding die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.
8.3.2.3 Bestuurlijke boete
In bepaalde gevallen bestaat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. Zie hiervoor titel 5.4 van de Awb. Denk hierbij aan overtreding van de Alcoholwet. In het uitvoeringsplan drank en horeca 2023 is bepaald dat, wat de bestuurlijke boete betreft, dit middel slechts is in te zetten bij overtreding van de in de wet opgenomen leeftijdsgrenzen. Voor andere overtredingen bieden de voornoemde maatregelen voldoende handvatten. Voor evenementen wordt aangesloten bij dit beleid.
8.3.2.4 Intrekking of weigering evenementenvergunning of alcoholontheffing
De burgemeester behoudt te allen tijde de bevoegdheid om een (volgende) vergunning te weigeren op grond van de in artikel 1:8 APV genoemde belangen. De intrekkingsgronden uit artikel 1:6 APV blijven eveneens te allen tijden van toepassing op de vergunning.
Indien de burgemeester de vergunning weigert te verlenen of intrekt, betekent dit dat het verboden is om het evenement, waarvoor de vergunning aangevraagd is, te organiseren en/of te laten plaatsvinden.
Een (volgende) vergunning kan worden geweigerd/ingetrokken indien blijkt dat:
de gemeente de klacht(en) van eerdere evenementen heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de overlast voor omwonenden onaanvaardbaar is. Wanneer overlast onaanvaardbaar wordt, is lastig te bepalen. Toch kunnen er in de voorkomende gevallen wel degelijk aanwijzingen zijn dat dit het geval is. Gedacht kan worden aan:
Een forse toename van het aantal klachten ten opzichte van voorgaande jaren;
Wanneer niet alleen direct aanwonenden klagen, maar ook inwonende die op enige afstand van het evenement wonen;
Wanneer uit geluidsmetingen blijkt dat de geluidsniveaus vergeleken met voorgaande jaren drastisch zijn gestegen;
indien de politie of een gemeentelijke toezichthouder van de verantwoordelijke persoon heeft gevorderd dat het volume verlaagd wordt en hieraan geen of te laat gevolg is gegeven;
wanneer er (grote) incidenten hebben plaatsgevonden;
wanneer de vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd.
Indien de vergunningsaanvraag niet minimaal volgens de geldende termijn van te voren is ingediend kan de burgemeester de aanvraag weigeren op grond van artikel 1:8 lid 2 jo. lid 3 APV Apeldoorn 2014.