Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Garageverordening

1.. De eigenaar van een garage, als bedoeld in art. 2, lid 1, en de rechthebbenden op het gebruik van een garage, als bedoeld in art. 2, lid 2, die onder de werking van de in art. 15 bedoelde Garageverordening geen vergunning nodig hadden, kunnen binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aan Burgemeester en Wethouders de bescheiden overleggen, bedoeld in art. 3, lid 3. Deze bepaling is niet van toepassing in de gevallen als bedoeld in art. 2, lid 3, alsmede ingeval het bestemmingsplan als daar bedoeld nog niet is goedgekeurd, doch wel door de Gemeenteraad is vastgesteld. 2.. Burgemeester en Wethouders geven alsdan aan die eigenaar of rechthebbende een schriftelijke verklaring af, vermeldende op welke dag de bescheiden zijn overgelegd; aan de verklaring wordt een door Burgemeester en Wethouders gewaarmerkt exemplaar van die bescheiden gehecht. 3.. De in het vorige lid bedoelde verklaring wordt voor de toepassing van deze verordening aangemerkt als een vergunning, bedoeld in art. 2. 4.. Aan de in het tweede lid bedoelde verklaring kunnen gedurende twee jaren na datum van afgifte geen voorschriften, als bedoeld in art. 5, worden verbonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel