De leenbijstand moet worden terugbetaald. Dit hoeft niet in een keer en kan in gedeelten. De gemeente let erop dat de belanghebbende voldoende inkomen overhoudt om van te leven.
Als de belanghebbende een bijstandsuitkering van de gemeente ontvangt, dan wordt de aflossing rechtstreeks van de uitkering afgehaald.
De aflossing gaat op de volgende manier:
Heeft de belanghebbende een inkomen op niveau van de bijstand, dan is de aflossing 5% van het inkomen.
Heeft de belanghebbende een inkomen hoger dan bijstandsniveau, dan is de aflossing 5% van de bijstandsnorm, verhoogd met 35% van het netto-inkomen hoger dan de bijstand.
Als de belanghebbende niet genoeg inkomen overhoudt om van te leven, dan maakt de gemeente één op één afspraken over de aflossing.
De lening voor spullen als meubilair en witgoed is ten hoogste 36 maal het aflossingsbedrag zoals genoemd in het eerste of tweede lid. Is meer bijzondere bijstand nodig dan het maximale bedrag dan is dat om niet.
De lening wordt niet hoger als het inkomen van de belanghebbende stijgt tijdens de aflossingsperiode.
Hoofdstuk 1
Artikel 5.1
Leenbijstand terugbetalen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Heerenveen 2025