Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.3

Begrip inrichting

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Heerenveen 2025

Het begrip inrichting is bepaald in artikel 1 onderdeel f van de wet. Er zijn vele tussen- en mengvormen van inrichtingen die niet passen onder het wettelijke begrip, en die een nadere invulling noodzakelijk maken. Niet alle vormen van een inrichting zijn hier opgenomen. De onderstaande situaties beschouwt de gemeente als verblijf in een inrichting: Beschermd Wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. De bewoner betaalt niet voor het verblijf of de maaltijden. Er is sprake van toezicht ter plaatse of in de nabijheid; Verblijf op grond van (verlengde) Jeugdwet (Jw), idem als onder 1 dan wel gecontracteerd namens of door de gemeente. De onderstaande situaties beschouwt de gemeente niet als verblijf in een inrichting: Beschermd wonen of Verblijf op grond van de Wmo of Jw, waarbij de zorg wordt ingekocht via een persoonsgebonden budget (PGB). Wonen en zorg staan los van elkaar. De belanghebbende heeft woonlasten en kosten voor levensonderhoud. (PGB voor Jw komt bijna niet voor) Begeleid wonen, waarbij de jongere zelfstandig met begeleiding woont. De bewoner heeft een eigen huurcontract en moet huur etc. betalen en in eigen levensonderhoud voorzien. Thuis wonen met een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg), wanneer de indicatie wordt verzilverd via een PGB, volledig pakket thuis of modulair pakket thuis. In situaties die niet passen onder lid 2 past de gemeente maatwerk toe voor wat betreft de hoogte van de bijzondere bijstand. Voedingsgeld dat door de inrichting wordt verstrekt aan de belanghebbende, geldt niet als middel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel