**1..** Het college kan de omgevingsvergunning intrekken indien:
de vergunninghouder een half jaar na het onherroepelijk worden van het besluit geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning;
de pré-mantelzorgwoning en het hoofdgebouw, waarmee de pré-mantelzorgwoning functioneel verbonden is, niet meer op hetzelfde bouwperceel staan;
zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4, lid m, van deze beleidsregel;
de pré-mantelzorgwoning wordt gebruikt in strijd met deze beleidsregel of de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften en aanwijzingen.
**2..** Het college gaat niet tot intrekking over dan nadat het de vergunninghouder de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn diens handelen – voor zover mogelijk – alsnog in overeenstemming te brengen met deze beleidsregel, de omgevingsvergunning en de daaraan verbonden voorschriften en aanwijzingen.