Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Financiële bijdrage

Onderdeel van Kaderverordening bijdrage bouwactiviteiten Noord-Zuidlijn

1.. De hoofdbewoner van een zelfstandige woning welke voorkomt op de lijst als bedoeld in het tweede lid, heeft recht op een financiële bijdrage, in de gevallen en onder de voorwaarden zoals die op basis van het tweede lid door het College worden vastgesteld. Het recht op de financiële bijdrage bestaat voor de periode waarin de hoofdbewoner woonachtig is op het aangegeven adres en kan eerst ontstaan nadat het College de nadere regels als bedoeld in het tweede lid heeft vastgesteld en bekendgemaakt. 2.. Het College stelt de bouwactiviteiten vast die recht bieden op een vergoeding conform deze verordening en tevens de adressenlijst, de minimale periode gedurende welke de hinder wordt ondervonden, de hoogte en duur van de vergoeding alsmede de ingangsdatum waarop het recht op de financiële bijdrage ontstaat. 3.. Bij het vaststellen van het bepaalde in lid 2 gelden onder meer de volgende uitgangspunten: De bouwactiviteiten vinden buiten de reguliere werktijden plaats; het college kan onder andere de aspecten geluidhinder van minimaal 65 dB(A) op de gevel gedurende tenminste 30 dagen aaneengesloten buiten de reguliere werktijden, het afsluiten van straten voor het inrichten als bouwterrein, bereikbaarheid van woningen voor zover deze langdurig aaneengesloten en gerelateerd aan de bouwactiviteiten en niet te rekenen zijn tot gangbare hinder, afzonderlijk of in samenhang betrekken. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de aard van de hinder. 4.. Het College kan afwijken van het bepaalde in lid 3 sub a indien een strikte toepassing daarvan zou leiden tot een onvoldoende vergoeding van het gederfde woongenot als gevolg van de bouwactiviteiten. 5.. Indien een woning wordt opgenomen in een in lid 1 bedoelde adressenlijst, dan heeft alleen de hoofdbewoner van een zelfstandige woning recht op een financiële bijdrage.

Rechtspraak bij dit artikel