**1..** Ruiming van (urnen)graven, urnennissen en urnenzuilen geschiedt van gemeentewege:
indien het betreft een graf als bedoeld in artikel 10, derde lid, 20 jaren na de laatste bijzetting;
op verzoek van de rechthebbende op een particulier (kinder)graf, particulier urnengraf een urnennis of urnenzuil, mits ten minste 20 jaren zijn verstreken na de laatste bijzetting;
na het overlijden van de rechthebbende met inachtneming van de termijn als bedoeld in artikel 13, zevende lid, en ten minste 20 jaren na de laatste bijzetting zijn verstreken;
voor een natuurlijk graf, biologisch urnengraf of een biologisch urnengraf inclusief boom geldt een periode bedoeld in het eerste lid, onder b. en c., van ten minste 50 jaren;
indien het grafrecht is komen te vervallen.
**2..** De bij ruiming van het (urnen)graf, urnennis of urnenzuil nog aanwezige overblijfselen of lijkresten worden begraven of verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.