Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Benoeming en aftreding leden

Onderdeel van Verordening op de Raadscommissies 2006

1.. De leden van de commissie worden, op voordracht van de fractievoorzitters, door de gemeenteraad benoemd uit leden van de Raad, of uit door de fracties voor te dragen kandidaten die geen lid zijn van de Raad, wier namen voorkomen op een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. Deze niet-raadsleden worden duo-raadsleden genoemd. 2.. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid. Voor duo-raadsleden geldt dat artikel 13, lid 1, sub q, van de Gemeentewet, zo wordt gelezen dat dit slechts geldt voor ambtenaren aangesteld door het College of de Raad. 3.. De leden treden af wanneer de Raad aftreedt, behoudens eerdere schorsing of ontslag door de Raad. 4.. Een lid houdt op lid te zijn van een commissie indien hij of zij niet meer voldoet aan lid 2 van dit artikel. 5.. Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel