Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Parkeerverordening 2007

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ambulante handelaar: hij die beroepsmatig ambulante handel uitoefent in de zin van de vigerende verordening op de straathandel; bedrijf of beroep: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht; de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep; een niet-commerciële organisatie die hieraan door het College van Burgemeester en Wethouders is gelijkgesteld; met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als één bedrijf en één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond; bedrijventerrein: een bedrijven- of kantorenterrein zoals vermeld in het Structuurplan, getiteld: Kiezen voor stedelijkheid 2003–2010; belanghebbendenparkeerplaats: parkeerplaats die is aangeduid door bord E9 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990, al dan niet voorzien van een onderbord; belanghebbendenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 7, lid 3, onder b , waarvoor voor de afgifte leges kan worden geheven, krachtens welke het is toegestaan een motorrijtuig te parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats; bewoner: inwoner van de gemeente Amsterdam die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en staat ingeschreven als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Amsterdam op het adres dat hij bewoont als zelfstandige woning; bloktijd: deel van het etmaal gedurende welke voor parkeren parkeerbelasting kan worden geheven; code: een door het College van Burgemeester en Wethouders toegestane code die een unieke verbinding legt tussen de vergunning en de vergunninghouder aan wie die vergunning is verstrekt en die in plaats van het kenteken op de vergunning wordt vermeld; eerste vergunning en tweede vergunning: bewonersvergunning die blijkens het volgnummer respectievelijk als eerste bewonersvergunning of als tweede bewoners vergunning is verleend; experiment: tijdelijke proef met een vorm van parkeerregulering die buiten de bepalingen van deze verordening valt; gebied I: het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door: het midden van de vaargeul van het IJ, het midden van het verlengde van de Zoutkeetsgracht, het midden van de Zoutkeetsgracht, het midden van het Westerkanaal, het midden van de Singelgracht, het midden van het lozingskanaal, het midden van de onderdoorgang Funenkade-Zeeburgerpad, het midden van de Nieuwevaart, het midden van het Oosterdok, het midden van de Oosterdoksdoorgang, het midden van het verlengde van de Oosterdoksdoorgang en het midden van de vaargeul van het IJ; gebied II: het gebied waarvan de buitengrenzen worden gevormd door de ringweg met uitsluiting van gebied I, alsmede omvat gebied II IJburg en tevens het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door: het midden van de Europaboulevard tussen de A10 en de De Boelelaan, de zuidzijde van de De Boelelaan, de rijweg tot aan de gevellijn, tussen de Europaboulevard en de Asingaborg, de oostzijde van de Asingaborg tot aan de fysieke afscheiding van de Groningenstraat, de zuidzijde van de Groningenstraat tot het hart van de Buitenveldertselaan, het hart van de Buitenveldertselaan zuidelijk tot aan de noordzijde van de Arent Janszoon Ernstraat, de noordzijde van de Arent Janszoon Ernststraat met aan de noordkant als grens de terreinen van de Vrije Universiteit/het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit, het verlengde van de Overijsselweg tot aan de Amstelveenseweg, het hart van de Amstelveenseweg tot aan de Jachthavenweg; de westzijde van de Jachthavenweg tot aan het Jollenpad en naar het westen via de zuidzijde van de Jollenpad; naar het noorden via de westzijde van het Punterspad tot aan de A10; gebied III: het gebied waarvan de grenzen worden gevormd door de gemeentegrenzen van Amsterdam met uitsluiting van de gebieden I en II; gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats die is aangeduid door bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990, al dan niet voorzien van een onderbord; houder van een motorrijtuig: degene die beschikt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs van het desbetreffende motorrijtuig, met dien verstande dat degene die blijkens een leaseovereenkomst gebruikmaakt van een leaseauto, of degene die – gelet op de inhoud en de strekking van de arbeidsovereenkomst tussen de aanvrager en zijn werkgever, en een verklaring van de werkgever van de aanvrager, waaruit de exclusieve terbeschikkingstelling blijkt ten aanzien van het gebruik – gebruikmaakt van een door de werkgever beschikbaar gestelde auto, geacht wordt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs te beschikken. Als kentekenbewijs wordt mede aangemerkt: een op naam afgegeven verzekeringsbewijs van een niet-kentekenplichtig motorrijtuig; hulpverlener: hij die, anders dan bij wijze van woonwerkverkeer, beroepsmatig gebruikmaakt van een motorrijtuig vanwege werkzaamheden vanuit een professionele zorg- of hulpverlenerinstelling, als bedoeld in artikel 15, en in overwegende mate zorg of hulp verleent in delen van de stad waar betaald parkeren is ingevoerd; kenteken: de aanduiding waarmee een motorrijtuig wordt geregistreerd krachtens de Wegenverkeerswet 1994; mantelzorg: het met regelmaat niet-beroepsmatig zorg verlenen binnen de kring van familie, vrienden of kennissen; motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van bromfietsen; overloopgebied: vergunninggebied dat als zodanig is aangewezen voor aanvragers van een bewonersvergunning of een bedrijfsvergunning die voor hun eigen vergunninggebied op de wachtlijst staan; overloopvergunning: een bewoners- of bedrijfsvergunning, krachtens welke het is toegestaan een motor-rijtuig te parkeren op een parkeerapparatuurplaats, in een overloopgebied; parkeren: gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorrijtuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerkaart: kaart waarmee parkeerbelasting wordt geheven, krachtens welke het is toegestaan een motorrijtuig te parkeren op een parkeerapparatuurplaats; parkeerplaats: plaats op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop parkeren niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerapparatuurplaats: parkeerplaats, behorende bij de parkeerapparatuur, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven; parkeerapparatuur: apparaat waarmee bij aanvang van het parkeren terzake van het parkeren van een voertuig de parkeerbelasting kan worden voldaan; parkeervergunning: vergunning als bedoeld in artikel 7, lid 2, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven, krachtens welke het is toegestaan een motorrijtuig te parkeren op een parkeerapparatuurplaats; RVV 1990: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; stallingsplaats: plaats, juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld om motorrijtuigen te stallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaand of toegankelijk; tariefgebied: gebied waar krachtens de vigerende Verordening Parkeerbelastingen voor het parkeren van een voertuig parkeerbelasting wordt geheven; toeristenkaart: parkeerkaart die ter beschikking wordt gesteld aan hoteleigenaren en organisaties ten behoeve van hotelgasten; vergunning: een parkeervergunning of een bijzondere vergunning als bedoeld in artikel 7; vergunninghouder: natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; vergunninggebied: gebied waarbinnen parkeervergunningen kunnen worden verleend indien en voorzover in dat gebied voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven; vergunningenplafond: aantal bewoners- en bedrijfsvergunningen dat maximaal wordt verleend binnen een vergunninggebied; volcontinu bedrijfsproces: proces waarin 24 uur per dag en zeven dagen per week  op basis van arbeidsregelingen, werkzaamheden in ploegen-, wissel- en/of nachtdiensten worden verricht; werknemer: persoon, werkzaam in een bedrijf voor minimaal 36 uur per week; werknemers in deeltijd worden herleid tot voltijdse equivalenten; zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning; voor deze verordening wordt onder woning mede verstaan: woonwagen op een daartoe aangewezen centrum en woonboot op een reguliere of gedoogde ligplaats; ak. zorginstelling: instellingen in de curatieve zorg die beschikken over een erkenning van het College van Ziekenhuisvoorzieningen (CvZ), sectoren Verpleging en Verzorging, de geestelijke en gezondheidszorg (ggz) en gehandicaptenzorg volgens de Awbz-zorg, alsmede Amsterdam Thuiszorg en Astress (kraamzorgbureaus) en instellingen die door het CvZ zijn toegelaten tot het leveren van een of meer Awbz-zorgfuncties (tenzij dit alleen de enkele functie ‘huishoudelijke verzorging’ betreft) en die instellingen een bewijs kunnen overleggen dat zij voor het desbetreffende jaar productieafspraken hebben gemaakt met het zorgkantoor Amsterdam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel