Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2

Reikwijdte van de verordening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

1.. Het college stelt in aanvulling op deze verordening een limitatieve lijst met algemene voorzieningen en een limitatieve lijst met individuele voorzieningen vast. 2.. Een algemene of individuele voorziening wordt slechts toegekend voorzover: deze voor hulp bij het huishouden noodzakelijk is en bij de overige algemene of individuele voorzieningen langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op te heffen of aanzienlijk te verminderen deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt deze in overwegende mate op de persoon met beperkingen is gericht en de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan tot de resterende technische levensduur van de woonruimte, het vervoermiddel of de rolstoel. 3.. In ieder geval wordt geen algemene of individuele voorziening toegekend als: de persoon met beperkingen niet woonachtig is in de gemeente Amsterdam een algemeen gebruikelijke voorziening adequaat is voor die situatie waarvoor de voorziening wordt aangevraagd de voorziening voor de persoon met beperkingen algemeen gebruikelijk is op grond van enige andere regeling aanspraak op de voorziening bestaat door een ander bestuursorgaan dan het college een voorziening wordt aangeboden die voor de persoon met beperkingen beschikbaar is een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze verordening is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de persoon met beperkingen zijn toe te rekenen er aan de zijde van de persoon met beperkingen geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd of de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen voorafgaand aan het beschikken op de aanvraag heeft gemaakt. 4.. Een individuele voorziening wordt alleen toegekend indien een algemene voorziening niet aanwezig is of niet tot een adequate oplossing leidt. 5.. In ieder geval wordt geen woonvoorziening toegekend als: de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw of de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de aanvraag voorzieningen betreft aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamergewijs verhuurde woonruimten en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden. 6.. Het college stelt regels vast wanneer bij een woonruimteaanpassing en een vervoers-voorziening wordt afgeweken van de in het tweede lid onder b. genoemde goedkoopst adequate voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel