**1..** Het college verstrekt alleen een individuele vervoersvoorziening die beperkingen die zich voordoen bij het zich lokaal verplaatsen compenseert.
**2..** De door het college te verstrekken individuele voorziening bestaat in ieder geval uit:
een al dan niet aangepaste voorziening in natura in de vorm van:
1. een bruikleenauto;
2. een gesloten buitenwagen;
3. een open elektrische buitenwagen;
4. een ander verplaatsingsmiddel;
of een tegemoetkoming in de kosten van:
1. aanpassing van een eigen auto;
2. gebruik van een bruikleenauto;
3. gebruik van een taxi, een eigen auto, een gesloten buitenwagen, een open elektrische buitenwagen of vervoer door derden;
4. gebruik van een rolstoeltaxi;
5. aanschaf, aanpassing, gebruik van een ander verplaatsingsmiddel;
6. onderhoud, reparatie en verzekering;
7. stallingkosten;
8. een parkeervoorziening;
9. het overbruggen van een zeer korte afstand.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 30
Algemeen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning