Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.4

Ondermandaat

Onderdeel van Mandaatregeling B&W en Burgemeester 2025 gemeente Utrecht

1.. De Directeur mag ondermandaat en ondervolmacht verlenen, tenzij in de Mandaatregeling is aangegeven dat dit niet is toegestaan. 2.. De Directeur is de laatste die ondermandaat en ondervolmacht mag geven, tenzij de Mandaatregeling verder(e) ondermandaat of ondervolmacht expliciet mogelijk maakt. 3.. Het verlenen van ondermandaat of ondervolmacht gebeurt schriftelijk. 4.. Op ondermandaat en ondervolmacht zijn deze bepalingen overeenkomstig van toepassing. Door het verbinden van voorwaarden kan het ondermandaat of de ondervolmacht worden beperkt.

Rechtspraak bij dit artikel