**1..** Het college kent een pgb voor informele hulp alleen toe als:
wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp;
de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de minimale kwaliteitseisen met betrekking tot doelmatigheid, veiligheid, leefklimaat en fysieke omgeving, deugdelijke administratie, VOG, minimaal vaardigheidsniveau en de zorg rondom de medicatie zoals die zijn opgenomen in de nadere regels;
de persoon die de informele hulp verleent, beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden;
de hulpverlener actief samenwerkt met andere jeugdhulpverleners wanneer sprake is van een bedreiging van de veiligheid of welzijn van de jeugdige of betrokkenen;
de hulpverlener de grenzen van het eigen kunnen en bevoegdheden kan inschatten en kan aangeven wanneer professionele of specialistische hulp nodig is;
de persoon die de informele hulp verleent geen deel uitmaakt van de complexe problematiek waarvoor de jeugdhulp ingezet wordt;
er gewerkt wordt op basis van een budgetplan;
de ondersteuning aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de informele hulp verleent.
**2..** Het college weigert een pgb voor iemand uit het sociaal netwerk als de hulp op grond van het afwegingskader in het door het SKJ vastgestelde Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional.
**3..** Het college weigert een pgb voor behandeling door een persoon die geschaard kan worden onder informele hulp. Onder behandeling wordt verstaan: diagnostiek of een aanpak van een stoornis en bijbehorende problemen op verschillende levensgebieden. De ouder(s) of een ander persoon uit het sociaal netwerk kan door zijn persoonlijke relatie met de jeugdige niet volledig objectief en onafhankelijk handelen.