Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2a.2

Inschrijving

Onderdeel van Huisvestingsverordening 2007

1.. Burgemeester en Wethouders leggen per categorie als bedoeld in artikel 2a.3 een inschrijvingsregister aan van woningzoekenden die voor een standplaats in aanmerking willen komen. 2.. Bij inschrijving worden afschriften van de volgende bescheiden overgelegd, voorzover van toepassing: een bewonersverklaring waaruit blijkt dat de woningzoekende behoort tot de traditionele doelgroep; een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie; een paspoort of enig ander stuk waaruit blijkt dat men de Nederlandse nationali­teit bezit, dan wel een verblijfsvergunning of enig ander stuk waar­uit blijkt dat men over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikt; bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het huishouden blijkt; een huurovereenkomst in geval van woningzoekenden die reeds op een standplaats wonen of vanuit een zelfstandige woning willen doorstromen naar een standplaats; bewijzen waaruit naar oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat de woningzoekende: een bedrijf of beroep uitoefent dat verband houdt met de exploitatie van het circus- of kermisbedrijf en minimaal 70% van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de afgelopen drie kalenderjaren binnen het voornoemde bedrijf of beroep heeft vergaard. 3.. Burgemeester en Wethouders verstrekken aan woningzoekenden een bewijs van inschrijving. 4.. Het bewijs van inschrijving blijft een jaar geldig, tenzij verlenging heeft plaatsgevonden. 5.. De inschrijving vervalt, indien: de geldigheidstermijn van het bewijs van inschrijving is verstreken; aan de woningzoekende door Burgemeester en Wethouders een standplaats of woning is toegewezen en deze door de woningzoekende is aanvaard; het ingeschreven huishouden is verhuisd zonder schriftelijke berichtgeving binnen vijf werkdagen na de dag van verhuizing; het ingeschreven huishouden daarom verzoekt; de inschrijving is verricht op grond van door het huishouden verstrekte gegevens waarvan het huishouden wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel