Bij toekenning van een van de in artikel 2 genoemde voorzieningen wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk onvermijdelijke kosten per geval. De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. Voor voorzieningen waarvoor in bijlage IV van deze verordening geen normering is opgenomen, geschiedt de vaststelling van het bedrag op basis van de door burgemeester en wethouders dan wel het dagelijks bestuur noodzakelijk geachte kosten.
Hoofdstuk
Artikel 3
Vaststelling vergoeding voorzieningen
Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs Amsterdam 2006