Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 14

Goedkeuring bouwplan en begroting, toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden

Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen primair onderwijs Amsterdam 2006

1.. Nadat de afspraken als bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, zijn gemaakt, dient de aanvrager voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht en met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken het bouwplan en de desbetreffende begroting ter goedkeuring in bij het dagelijks bestuur. 2.. Binnen zes weken na ontvangst beslist het dagelijks bestuur over de goedkeuring van het bouwplan en de desbetreffende begroting, alsmede over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. Het dagelijks bestuur kan onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is besloten, worden het bouwplan en de begroting geacht te zijn goedgekeurd en vangt de bekostiging aan op het door de aanvrager aangegeven tijdstip. 3.. Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het dagelijks bestuur eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Indien zich naar het oordeel van het dagelijks bestuur ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden heeft voorgedaan, maakt het dagelijks bestuur hiervan melding aan het desbetreffende bevoegd gezag. Bij een naar het oordeel van het dagelijks bestuur ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking. 4.. De goedkeuring van het bouwplan, de goedkeuring van de begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, kunnen achterwege blijven, als deze naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet nodig zijn, gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Het dagelijks bestuur doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in artikel 13. 5.. De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde begroting blijft achterwege, indien het de uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in artikel 3, laatste volzin. 6.. De beslissing van het dagelijks bestuur als bedoeld in het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid overeenkomstig van toepassing. 7.. Nadat het dagelijks bestuur het bouwplan van de op het programma geplaatste voorziening waarop artikel 3, laatste volzin, van toepassing is, heeft goedgekeurd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 13, tweede lid, aan het dagelijks bestuur de aan de aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van de voorziening. Het dagelijks bestuur beslist binnen vier weken na ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. De beslissing wordt binnen twee weken na de datum van deze beslissing bekendgemaakt. Voor de vaststelling van het definitieve bedrag is in beginsel de offerte met de laagste prijsstelling bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel