**1..** Ten einde vast te stellen of sprake is van leegstand, bepaalt het dagelijks bestuur periodiek aan de hand van bijlage III bij deze verordening voor een school, dan wel indien de school bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, voor elke hoofdvestiging en nevenvestiging afzonderlijk:
de bruto-vloeroppervlakte van elk in gebruik zijnde gebouw;
per gebouw het aantal daarin maximaal te huisvesten groepen;
het aantal te huisvesten groepen leerlingen dat wordt berekend volgens de voorschriften zoals opgenomen in deze bijlage.
**2..** De leegstand in een in gebruik zijnd schoolgebouw is het verschil tussen de getallen bedoeld in het eerste lid, onder b en c.
**3..** Indien de uitkomst uit lid 2 het afstoten, het medegebruik of de verhuur van een gebouw mogelijk maakt, treedt het dagelijks bestuur hierover in overleg met het bevoegd gezag. Hierbij wordt rekening gehouden met de afspraken als bedoeld in artikel 10, lid 2.
**4..** Met dagelijks bestuur wordt in dit artikel het dagelijks bestuur bedoeld dat aanspraak maakt op het gebouw, indien het niet meer door de school zal worden gebruikt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 27
Leegstand
Onderdeel van Verordening huisvestingsvoorzieningen primair onderwijs Amsterdam 2006