Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 3.1

De aanvraag

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening integratie, participatie en sociale cohesie

1.. Een aanvraag voor een projectsubsidie kan worden ingediend vanaf het moment dat het college op grond van artikel 1:4 een besluit tot verdeling heeft genomen en bekend gemaakt, tot 1 oktober van het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.. Een aanvraag die na 1 oktober van het boekjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt ingediend, neemt het college niet in behandeling. 3.. Een aanvrager kan per boekjaar maximaal drie aanvragen voor een projectsubsidie indienen. 4.. Indien een aanvrager meer projecten of activiteiten per subsidieaanvraag voorlegt, verleent het college uitsluitend voor één project of activiteit per subsidieaanvraag subsidie. 5.. Naast de in artikel 2:1 van de ASA vermelde bescheiden wordt bij een aanvraag voor een projectsubsidie overgelegd: een beschrijving van het project of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit blijkt wat de beoogde resultaten zijn en hoe deze worden bereikt; een sluitende begroting waarin alle inkomsten en uitgaven van het project of de activiteit worden vermeld en onderbouwd; zodanige informatie dat het mogelijk is te beoordelen, of de aanvraag en de aanvrager voldoen aan de vereisten, vermeld in artikel 3:3; een kopie van overeenkomsten die de begrote uitgaven aan activiteitenruimte en begrote inkomsten van andere organisaties ondersteunen en een kopie van op schrift gestelde samenwerkingsafspraken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel