Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening riool- en waterzorgheffing Voorst 2025

In dit artikel wordt verstaan onder verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft. In dit artikel en in artikel 5 wordt verstaan onder bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven in te huisvesten. In dit artikel en in artikel 5 wordt verstaan onder garagebox: een geheel overdekte en afsluitbare ruimte met een gebruiksoppervlakte van maximaal 30 m2. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater of oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Als de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen; De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. Als gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: De op de voet van het vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Als de gegevens bedoeld in het vierde lid voor een perceel niet bekend zijn, stelt de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar het aantal kubieke meters water voor dat perceel vast op 45 m3 per persoon per jaar. Als meerdere percelen gebruik maken van één watermeter en geen tussenmeters aanwezig zijn, verdeelt de in artikel 232, vierde lid, onderdel a, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar de hoeveelheid water – voor zover mogelijk – naar evenredigheid van het aantal personen over de verschillende percelen. Voor de toepassing van het zevende en achtste lid is het aantal personen dat bij aanvang van de belastingplicht in de basisregistratie personen staat ingeschreven op een perceel bepalend. Als het perceel een bedrijfsverzamelgebouw of een garagebox is, wordt de belasting in afwijking van het vierde lid, geheven naar een vast bedrag per bedrijfsunit respectievelijk garagebox.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel