Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten

Onderdeel van Vaststelling Financiële verordening gemeente Bernheze 2024

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten alsook de stortingen en onttrekkingen aan reserves per programma, zoals weergegeven in het overzicht van baten en lasten. Daarnaast autoriseert hij het overzicht algemene dekkingsmiddelen. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de investeringskredieten en geeft daarbij aan van welke investeringskredieten de raad op een later tijdstip een apart voorstel wil ontvangen alvorens het krediet definitief wordt geautoriseerd. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten van een programma dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven het geautoriseerde investeringskrediet dreigt te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet of voor het bijstellen van het beleid. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en het wijzigen van geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. Voor investeringen waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een afzonderlijk investeringsvoorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. In het investeringsvoorstel wordt tevens de voorgestelde dekking opgenomen. Een voorstel tot autorisatie van een investeringskrediet als bedoeld onder lid 5 kan achteraf plaatsvinden als het investeringsbedrag ≤ € 50.000,- en voldoet aan lid 7 sub a. De structurele consequenties worden in de eerstvolgende kadernota en/of begroting meegenomen als een onomkeerbaar besluit. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden: de beschikking over de post onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde 3 O’s) zijn; mutaties van eenmalige of structurele lasten of baten, niet zijnde mutaties voortvloeiende uit investeringskredieten, tot en met € 25.000,-; mutaties van geautoriseerde investeringskredieten tot 10% van het investeringsbedrag met een maximum tot € 100.000,-; voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan de post onvoorzien; het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat. indien aanwending van de post onvoorzien structurele financiële consequenties tot gevolg heeft worden deze consequenties in de eerst volgende kadernota en/of begroting opgenomen als een onomkeerbaar besluit. Het college is gemachtigd om zonder voorafgaande toestemming van de raad tot en met een bedrag van € 50.000,- te beschikken over een bestemmingsreserve binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders voor de desbetreffende reserve. Via de tussentijdse rapportages en de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de raad over de mutaties zoals opgenomen in lid 6, lid 7 en lid 8. De raad stelt een grondexploitatiecomplex en grondexploitatiebegroting (grex) vast. De raad verleent het college mandaat tot het vaststellen van een grondexploitatiecomplex en grondexploitatiebegroting indien de grondexploitatie over de gehele looptijd minimaal budgettair neutraal is (met een 0-resultaat, dan wel positief), en past binnen het bestaande beleid. De raad draagt de bevoegdheid voor het besluit tot het maken van voorbereidingskosten voor (facilitair) grondbeleid over aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel