Voor de bepaling van de stimuleringspremie wordt uitgegaan van de grondopbrengsten van de niet-onderwijs functies. De grondopbrengsten worden momenteel residueel bepaald waarbij de volgende gegevens van belang zijn.
marktwaarde appartementsrechten niet-onderwijs functies;
stichtingskosten niet-onderwijs functies, rekening houdend met aan de school toe te rekenen aandeel in de kosten van het dak;
extra kosten fundering en draagconstructie schoolruimten en gevel school, die toegerekend worden aan de niet-onderwijs functies (zie 4d).
Onder ad c. wordt niet begrepen de extra kosten die ontstaan door wensen van het schoolbestuur of anderszins door kosten, die niet toe te rekenen zijn aan de niet-onderwijs functies. Hierbij zijn de genormeerde kostenvergoedingen uitgangspunt. De hoogte van de “extra kosten”, genoemd onder ad c., behoeft dan ook een toets van de bouwkostendeskundigen van het OGA.
De residuele grondwaarde van de niet-onderwijs functies is de uitkomst van a minus b minus c.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 5.1
Grondopbrengsten niet-onderwijs functies
Onderdeel van Stimuleringsregeling Intensivering Schoollocaties