Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.2

Over te leggen informatie

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening voor opvang en begeleiding van kwetsbare burgers

1.. De subsidieaanvrager maakt gebruik van door het college vastgestelde aanvraagformulieren, welke het college uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar beschikbaar stelt. 2.. Het college stelt formulieren vast die de aanvrager, onverminderd het bepaalde in artikel 4:64 Awb en artikel 5:2 ASA 2004, in ieder geval verplichten de volgende informatie te verstrekken: een begroting voor het subsidiejaar, bestaande uit een overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven per product; het productievolume per product, uitgedrukt in de door het college vastgestelde teleenheid alsmede het gevraagde subsidiebedrag per teleenheid per product, voor zover het college een teleenheid heeft vastgesteld; de prestaties per product, uitgedrukt in de door het college vastgestelde prestatie-indicatoren; een productbeschrijving, waarin onder meer doelen, activiteiten, methodieken, doelgroepen en eventuele door de subsidieaanvrager gehanteerde contra-indicaties worden vermeld; de wijze waarop de subsidieaanvrager cliënttevredenheid meet; een bestuursverklaring. 3.. Bij een subsidieaanvraag zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, kan per 15 maart voorafgaand aan het subsidiejaar volstaan worden met de in het tweede lid, onder a, b en d, bedoelde informatie en overlegt de aanvrager de onder c, e en f, bedoelde informatie uiterlijk 1 september voorafgaand aan het subsidiejaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel