**1..** Het Dagelijks Bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**2..** Het Dagelijks Bestuur stelt, naast hetgeen in lid 1 van dit artikel is bepaald, jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting op en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
**3..** De begroting vermeldt de door elke gemeente verschuldigde bijdrage voor het begrotingsjaar. De verdeelsleutel wordt gebaseerd op het aantal Arbeidsjaren (AJ’s) Wsw, en het aantal FTE beschut werk per gemeente. Het peilmoment voor de verdeelsleutel is 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de begroting voor het eerst wordt vastgesteld.
**4..** Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting en de meerjarenraming minimaal twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling wordt aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**5..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijzen over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
**6..** Het Dagelijks Bestuur biedt de ontwerpbegroting ter vaststelling aan aan het Algemeen Bestuur en voegt de van de raden van de deelnemende gemeenten ingekomen zienswijzen bij de ontwerpbegroting.
**7..** De ontwerpbegroting en meerjarenraming, en de eventuele nota van wijzigingen worden ter inzage gelegd op de wijze als bedoeld in artikel 35 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
**8..** Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten dienen.
**9..** Direct na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur de begroting en de meerjarenraming aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen.
**10..** Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten dienen, aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.
**11..** Met betrekking tot begrotingswijzigingen is het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Dit lid is niet van toepassing indien het een begrotingswijziging betreft waarvoor in de financiële verordening, op grond van artikel 29 van deze regeling, een aparte procedure wordt beschreven.