Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt afzonderlijke subsidieplafonds vast voor: activiteiten ter ondersteuning van mantelzorgers en gericht op het ondersteunen en stimuleren van vrijwilligerswerk door vrijwilligers die gedurende langere tijd één op één praktische en/of emotionele ondersteuning bieden; activiteiten ter ondersteuning en stimulering van vormen van collectief vrijwilligerswerk in de informele zorg. 2.. Indien het subsidieplafond voor de in het eerste lid onder a genoemde activiteiten lager is dan de som van de in de toe te kennen subsidieaanvragen gevraagde subsidiebedragen, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. De volgorde waarin de aanvragen op de prioriteitenlijst worden gerangschikt, wordt bepaald door de mate waarin: de aanvrager in vorige jaren subsidie heeft ontvangen; de aanvrager prioriteit geeft aan één of meer van de volgende activiteiten: activiteiten gericht op de meest kwetsbare groepen; activiteiten waarbij de nadruk ligt op preventie; activiteiten gericht op allochtone doelgroepen. 3.. Indien het subsidieplafond voor de in het eerste lid onder b genoemde activiteiten lager is dan de som van de in de toe te kennen subsidieaanvragen gevraagde subsidiebedragen, rangschikt het college de aanvragen op een prioriteitenlijst. De volgorde waarin de aanvragen op de prioriteitenlijst worden gerangschikt, wordt bepaald door de mate waarin: de aanvrager in vorige jaren subsidie heeft ontvangen; de aanvrager prioriteit geeft aan één of meer van de volgende activiteiten: activiteiten waarbij verschillende groepen vrijwilligers betrokken zijn; vrijwilligerswerk door kwetsbare groepen; vrijwilligerswerk door ‘nieuwe’ groepen: groepen die voorheen niet gesteund of gestimuleerd werden.

Rechtspraak bij dit artikel