Het college kan bij het vaststellen van de subsidie die kosten en uitgaven buiten beschouwing laten, die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Deze kosten kunnen in ieder geval betrekking hebben op gedane uitgaven respectievelijk boekingen ter zake van:
afschrijvingen;
uitgaven die geen verband houden met de aanvraag waar de subsidieverlening op gebaseerd was;
reserveringen.