In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
prostitutie: het tegen betaling verrichten van seksuele handelingen met anderen;
prostituee: de vrouw of man die prostitutie bedrijft;
prostitutiebedrijf: een gebouw of een ander onderkomen waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is, gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie;
raamprostitutiebedrijf: een prostitutiebedrijf alwaar de werving van klanten geschiedt door prostituees die zichtbaar zijn vanaf de weg;
prostitutiehotel: een prostitutiebedrijf waar kamers ter beschikking worden gesteld ten behoeve van prostitutie aan prostituees die hun klanten elders hebben geworven;
besloten prostitutiebedrijf: een prostitutiebedrijf, niet-zijnde een raamprostitutiebedrijf of een prostitutiehotel;
exploitant: degene die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht een prostitutiebedrijf exploiteert;
beheerder: de natuurlijke persoon die de dagelijkse en onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van het prostitutiebedrijf.
Paragraaf 1 Bepalingen met betrekking tot prostitutiebedrijven