De Burgemeester kan de vergunning voor het prostitutiebedrijf intrekken, indien:
a. de exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in zijn bedrijfsplan ten behoeve van de in zijn bedrijf werkzame prostituees en ten behoeve van de bezoekers heeft opgenomen;
b. in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of orde in zijn bedrijf;
c. aldaar een minderjarige prostituee dan wel een prostituee zonder geldige verblijfstitel wordt aangetroffen;
d. de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan hetgeen bij of krachtens artikel 6.7 is bepaald;
e. in strijd wordt gehandeld met door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nadere regels;
f. de openbare orde of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van het bedrijf ernstig wordt verstoord of benadeeld;
g. de exploitant de in artikel 6.9 gestelde verplichtingen niet of onvoldoende naleeft;
h. in het prostitutiebedrijf een escortbedrijf als bedoeld in art. 6.21 onder a is gevestigd waarvan de vergunning op grond van art. 6.29 is ingetrokken dan wel dat op grond van art 2.7 of art. 6.30 van deze verordening of art. 13b van de Opiumwet is gesloten.