Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.27

Gronden voor weigering vergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. De Burgemeester weigert een vergunning voor een escortbedrijf indien: het bedrijf is of wordt gevestigd in een voor het publiek toegankelijk gebouw, behalve wanneer het een prostitutiebedrijf als bedoeld in artikel 6.1, onder c, betreft en hij daarvoor op grond van artikel 6.2, tweede lid, een vergunning heeft verleend; het bedrijf is of wordt gevestigd in een prostitutiebedrijf dat met toepassing van artikel 2.7 of artikel 6.12 van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten. 2.. Het bevoegd bestuursorgaan weigert een vergunning, indien: de exploitatie van het escortbedrijf in strijd is met een bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; de vestiging van het escortbedrijf geschiedt in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking als bedoeld in artikel 30 van de Huisvestigingswet is verleend en die vergunning op grond van dat artikel wel vereist is; de vestiging van het escortbedrijf geschiedt in een vaartuig waarvoor de benodigde vergunning ingevolge de Verordening op de haven en het binnenwater niet is verleend; de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 6.26 gestelde eisen. 3.. Het bevoegd bestuursorgaan kan een vergunning weigeren, indien naar zijn oordeel: het woon- en leefklimaat in de omgeving van het escortbedrijf en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het escortbedrijf; eerder een vergunning voor de exploitatie van een escortbedrijf of van een prostitutiebedrijf van de exploitant is geweigerd dan wel ingetrokken; het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 6.24 onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de in bij het escortbedrijf werkzame prostituees; onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de in artikel 6.28 neergelegde verplichtingen zal naleven; het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht niet zal worden overtreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel