Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11.2

Aanlijngebod honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. De rechthebbende op een hond is, indien deze hond zich op of aan de weg bevindt, verplicht ervoor te zorgen, dat: deze aangelijnd is; deze op duidelijk zichtbare wijze aan de hals de penning draagt die voor die hond op grond van de geldende Verordening hondenbelasting is verstrekt. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen plaatsen aanwijzen waar het bepaalde in het eerste lid, onder a, niet van toepassing is. 3.. Het eerste lid is niet van toepassing voorzover de rechthebbende op een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is.

Rechtspraak bij dit artikel