Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.21

Bestrijding van gladheid

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. Het is verboden, bij vorst water op de weg te storten of te laten vloeien. 2.. De hoofdbewoner of de hoofdgebruiker van een woning, een vaartuig, een gebouw of gedeelte daarvan is verplicht, bij sneeuwval of gladheid ervoor te zorgen dat de toegang daartoe en ook het voetpad of trottoir ervoor, over een breedte van 2 meter van sneeuw of ijs wordt ontdaan of, als dat niet mogelijk is, ervoor te zorgen dat de gladheid van toegang of voetweg afdoende wordt bestreden. 3.. De verplichting rust op de hoofdbewoner of de hoofdgebruiker van de meest gelijkstraatse verdieping en, bij diens afwezigheid of onbekwaamheid tot het voldoen aan die verplichting, op de hoofdbewoner of de hoofdgebruiker van de volgende verdieping.

Rechtspraak bij dit artikel