**1..** Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden deze zaak of een daarop aanwezige zaak te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van reclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is, en die niet toelaatbaar is als bedoeld in het tweede lid.
**2..** Reclame is niet toelaatbaar, indien deze naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders:
ontsierend is voor het stadsbeeld of afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte;
de veiligheid van het verkeer in gevaar brengt;
onevenredige hinder veroorzaakt voor de omgeving.
**3..** Handelsreclame wordt geacht in ieder geval niet in strijd te zijn met het bepaalde in het eerste en het tweede lid, onder a, indien:
aan Burgemeester en Wethouders door of vanwege de rechthebbende schriftelijk en met inachtneming van de vereisten als bedoeld in het vierde lid, van het voornemen tot het aanbrengen van handelsreclame kennis is gegeven, en
deze niet binnen vijf weken na de dag waarop zij deze melding hebben ontvangen, aan de melder hebben bekendgemaakt dat de handelsreclame in strijd is met het bepaalde in het tweede lid, onder a, dan wel slechts toelaatbaar is voor een beperkte termijn.
**4..** Burgemeester en Wethouders stellen richtlijnen vast ten aanzien van het bepaalde in het tweede lid, onder a, inhoudende nadere kwalitatieve toetsingscriteria voor reclame, zowel per gebied als per type object; zij stellen voorts de vereisten vast met betrekking tot de gegevens die in of bij de kennisgeving als bedoeld in het derde lid, onder a, dienen te zijn vermeld.
**5..** Burgemeester en Wethouders leggen, alvorens te beslissen op een melding als bedoeld in het derde lid, deze zo spoedig mogelijk voor aan een commissie van onafhankelijke deskundigen. Deze brengt schriftelijk binnen twee weken nadat daarom door Burgemeester en Wethouders is verzocht, aan hen advies uit, met inachtneming van de richtlijnen als bedoeld in het vierde lid.
**6..** Burgemeester en Wethouders kunnen het aanvragen van advies als bedoeld in het vijfde lid achterwege laten indien de richtlijnen als bedoeld in het vierde lid naar hun oordeel op afdoende wijze in het geval voorzien.
**7..** Het tweede lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.
**8..** Burgemeester en Wethouders kunnen, in de gevallen als bedoeld in het zevende lid, een reclamemelding als bedoeld in het derde lid, aanmerken als een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet dan wel artikel 11 van de Monumentenwet, onverminderd de toepasselijke bepalingen omtrent de wijze van inrichting en indiening van een dergelijke aanvraag.
**9..** Bij toepassing van het achtste lid, blijft het bepaalde in het derde lid, onder b, buiten toepassing. De melder wordt hiervan binnen vijf weken na ontvangst van de melding in kennis gesteld.
**10..** In het eerste, tweede en vierde lid wordt onder reclame verstaan: het aanprijzen van of de aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten, doelstellingen of namen.
Hoofdstuk
Artikel 8.4
Ontsierende reclames op onroerende zaken
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994