**1..** Het is verboden, op de weg:
een fontein- of drinkwaterinrichting onbruikbaar te maken, te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waartoe zij is bestemd;
een brandkraan, luchtkraan of spuileiding onbruikbaar te maken, het mogelijk gebruik daarvan te belemmeren of daaraan water te onttrekken.
**2..** Het is verboden, op of in de weg werkzaamheden of onderzoekingen te verrichten aan leiding- en kabelnetten met toebehoren of de wegbedekking op te breken of te beschadigen.
**3..** Burgemeester en Wethouders kunnen van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
**4..** De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voorzover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is; het in het tweede lid gestelde verbod geldt tevens niet voorzover degene die werkzaamheden in of aan de openbare weg verricht dan wel degene in wiens opdracht deze werkzaamheden worden verricht, beschikt over een instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk
Artikel 8.6
Installaties en werkzaamheden op of in de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994