**1..** Het is verboden, de weg te verontreinigen, alsmede een voorwerp op de weg te plaatsen, waarvan door die plaatsing afstand wordt gedaan.
**2..** Het is verboden, op of aan de weg eetwaren te bereiden, of voor reclamedoeleinden voorwerpen, reclamemonsters of ander materiaal onder het publiek te verspreiden of te doen verspreiden.
**3..** Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet:
voorzover de Wet milieubeheer of de Afvalstoffenverordening van toepassing is;
als de verontreiniging het redelijkerwijs niet te voorkomen gevolg is van werkzaamheden.
**4..** Degene die de in het derde lid, onder b, bedoelde werkzaamheden verricht, is verplicht, de weg in de omgeving van de plaats waar de werkzaamheden worden verricht, te reinigen onmiddellijk na het beëindigen van de werkzaamheden en ook voordien als een toezicht houdende ambtenaar dat verlangt.
**5..** Burgemeester en Wethouders kunnen van het bepaalde in het tweede lid ontheffing verlenen, die kan worden geweigerd met het oog op het belang van het voorkomen van verontreiniging, de openbare orde en veiligheid en gelet op het belang van de kwaliteit van de openbare ruimte.
**6..** Het is verboden, stoffen en voorwerpen die een hinderlijke stank verspreiden, het water kunnen verontreinigen, voor de gezondheid schadelijk kunnen zijn of tot verondieping van het water kunnen leiden, of blijven drijven, rechtstreeks in het openbaar water dan wel op een plaats vanwaar deze stoffen of die voorwerpen direct in het openbaar water kunnen terechtkomen, te deponeren of te doen geraken.
**7..** Het bepaalde in het zesde lid geldt niet, voorzover het bepaalde in de Wet Verontreiniging oppervlaktewateren, de Plassenverordening Noord-Holland, de Verordening bescherming bodem- en grondwateren Noord-Holland dan wel de Verordening verontreiniging oppervlaktewateren Noord-Holland van toepassing is.
Hoofdstuk
Artikel 8.9
Verontreiniging van de weg en het water
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994