Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9.2

Hinder van gemotoriseerde voertuigen en bromfietsen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. Het is verboden, de motor van een voertuig zonder noodzaak op of aan de weg in werking te hebben. 2.. Het is verboden: zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor zonder noodzaak hinder wordt veroorzaakt; geluidshinder te veroorzaken door middel van een geluidsapparaat bestemd voor het voortbrengen van muziek, dat in of aan een voertuig is bevestigd of met het voertuig wordt meegedragen. 3.. Het is verboden, een vrachtauto, zijnde een motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de massa van het ledige voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer bedraagt dan 3500 kg, op zodanige wijze te laden of te lossen, dat daardoor zonder noodzaak hinder wordt veroorzaakt. 4.. Het bepaalde in het in het eerste en tweede lid geldt niet voorzover artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van toepassing is; het bepaalde in het derde lid geldt niet voorzover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel