Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9.8

Natuurschoon

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. Het is verboden, de door Burgemeester en Wethouders ter bescherming van het natuur- en landschaps- of stadsschoon aangewezen plaatsen te verontreinigen, of daarin planten, bloemen of takken uit te steken, te plukken of te snijden of te vervoeren, dieren te verontrusten, te vangen of te doden of in het algemeen daarin schade aan de natuur toe te brengen. 2.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet: ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel van elders afkomstige bloemen, planten of takken; indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van normale onderhouds-werkzaamheden; voorzover de Natuurbeschermingswet van toepassing is. 3.. Burgemeester en Wethouders kunnen van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel