Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.6B

Verblijfsverbod

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. Degene die in een op grond van artikel 2.6A, eerste lid, aangewezen gebied: artikel 2.1, eerste lid; artikel 2.2, eerste of tweede lid; artikel 2.4, eerste lid; artikel 2.6A, eerste lid; artikel 2.19; artikel 6.16, eerste lid overtreedt, of openlijk wapens als bedoeld in de Wet wapens en munitie voorhanden heeft, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van 24 uur niet meer te bevinden vanaf het moment van uitreiking van een daartoe strekkend bevel van de burgemeester. 2.. De verplichting om zich terstond uit een op grond van artikel 2.6A, eerste lid, aangewezen gebied te verwijderen en zich daar niet meer te bevinden geldt vanaf het moment van uitreiking van een daartoe strekkend bevel van de burgemeester; voor een tijdvak van 14 dagen, indien de betrokkene in een periode van zes maanden driemaal een bevel als bedoeld in het eerste lid heeft gekregen; voor een tijdvak van één maand, indien de betrokkene binnen een periode van een jaar nadat hem een bevel als bedoeld onder a is gegeven, wederom één van de in het eerste lid vermelde bepalingen heeft overtreden; voor een tijdvak van drie maanden, indien de betrokkene binnen een periode van een jaar nadat hem een bevel als bedoeld onder b is gegeven, wederom één van de in het eerste lid vermelde bepalingen heeft overtreden; voor een tijdvak van drie maanden, indien de betrokkene binnen een periode van een jaar nadat hem een bevel als bedoeld onder c is gegeven, wederom één van de in het eerste lid vermelde bepalingen heeft overtreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel