Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.horecabedrijf: restaurants, cafés, cafetaria, snackbars, discotheken, koffiehuizen, alsmede aanverwante inrichtingen waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt, met uitzondering van inrichtingen op staanplaatsen voor de ambulante handel; b. onder horecabedrijf als bedoeld onder a, worden mede verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden; c. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid en/of verstrekt; d. alcoholverstrekkend bedrijf: een horecabedrijf waar tegen vergoeding alcoholhoudende drank voor directe consumptie wordt verstrekt; e. alcoholvrij bedrijf: een horecabedrijf waar tegen vergoeding alcoholvrije drank en/of eetwaren voor directe consumptie worden verstrekt; f. weekeinde: de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag; g. dagzaak: een alcoholverstrekkend bedrijf met een openingstijd van 07.00 tot 01.00 uur, en tot 03.00 uur in het weekeinde; h. avondzaak: een alcoholverstrekkend bedrijf met een openingstijd van 09.00 tot 03.00 uur, en tot 04.00 uur in het weekeinde; i. nachtzaak: een alcoholverstrekkend bedrijf in hoofdzaak in gebruik of bestemd voor het bieden van dansgelegenheid, met een openingstijd van 09.00 tot 04.00 uur, en tot 05.00 uur in het weekeinde; j. houder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico een horecabedrijf wordt geëxploiteerd; k. leidinggevende: de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een horecabedrijf, dan wel de bestuurder van de rechtspersoon voor wiens rekening en risico een zodanig bedrijf wordt geëxploiteerd; l. bezoekers: degenen die niet zijn: de leden van het gezin of de huishouding van de houder, alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende reden noodzakelijk is; m. stadsdeel Amsterdam-Centrum: het stadsdeel als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de stadsdelen, waarvan de grenzen zijn aangegeven op de bij die verordening behorende kaartbijlage.

Rechtspraak bij dit artikel