Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.11

Evenementen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. In dit artikel worden verstaan onder: evenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg of het openbaar water, met uitzondering van: een manifestatie in de zin van de Wet openbare manifestaties; een optocht als bedoeld in artikel 2.13; een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2.14; markten als bedoeld in de Gemeentewet; evenemententerrein: de ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daarnaar te kijken of eraan deel te nemen. 2.. Het is verboden, zonder vergunning van de Burgemeester een evenement te houden of te doen houden. 3.. De Burgemeester kan bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning de volgende belangen in aanmerking nemen: de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten; het aantal bezoekers dat wordt verwacht; of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie; of er gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden; of er gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer; of er gevaar bestaat voor een onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement; of er gevaar bestaat voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aanzien van de stad, beschadiging van de groenvoorzieningen of van voorzieningen voor het openbaar nut; of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement, gelet op de eerder vermelde belangen; of de organisator voldoende waarborgen biedt om de schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken. 4.. De Burgemeester kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op de in het derde lid bedoelde belangen en ter verzekering van de nakoming van deze voorschriften in de vergunning bepalen dat een borgsom moet worden verstrekt voordat het evenement wordt gehouden. 5.. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in het tweede lid moet worden ingediend uiterlijk acht weken voor de datum van het evenement. De Burgemeester kan van de hiervoor vermelde termijn afwijken of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen gelet op de benodigde voorbereidingstijd de uiterlijke datum van de aanvraag afzonderlijk bepalen. 6.. Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten die op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, heeft de houder van de vergunning voor het evenement, tijdens de duur van het evenement, geen afzonderlijke vergunning nodig, mits die activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid. 7.. Het is aan anderen dan de vergunninghouder verboden, op het evenemententerrein activiteiten te verrichten, waarvoor krachtens enige gemeentelijke verordening vergunning is vereist en welke activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid, tenzij die anderen met de houder van de vergunning een overeenkomst hebben gesloten en zij zich jegens de vergunninghouder hebben verbonden de voorschriften en beperkingen, welke aan de vergunning zijn verbonden, in acht te nemen. 8.. Indien derden met de vergunninghouder een overeenkomst hebben gesloten als in het zevende lid bedoeld, is het bepaalde in het zesde lid op hen van overeenkomstige toepassing. 9.. Het verbod als bedoeld in het zevende lid geldt niet voor activiteiten die reeds krachtens een voor onbepaalde tijd dan wel voor een periode langer dan drie maanden verleende vergunning voor aan een specifieke plaats gebonden handelingen op het evenemententerrein plaatsvinden. 10.. Het bepaalde in dit artikel staat er niet aan in de weg dat, wat het evenemententerrein betreft, voor het in gebruik nemen van gemeentegrond of gemeentewater met de gemeente Amsterdam een overeenkomst wordt gesloten die bedingen bevat die mede de belangen betreffen als bedoeld in het derde lid. 11.. De vergunninghouder die een evenement organiseert of degene die er de feitelijke leiding bij heeft, is, indien de Burgemeester een bevel geeft met het oog op het waarborgen van de in het derde lid bedoelde belangen, verplicht daaraan gevolg te geven en, indien nodig, het evenement onmiddellijk te beëindigen, waarbij hij dan ook verplicht is ervoor te zorgen dat er geen publiek meer wordt toegelaten. 12.. Het is verboden, de orde te verstoren bij een evenement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel