Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel S.4

Overgangsbepaling

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 1994

1.. Vergunningen en ontheffingen hoe ook genaamd verleend krachtens de verordeningen vermeld in artikel S.6, blijven, indien en voorzover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook opgenomen is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, nog gedurende vijf jaar van kracht. 2.. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van een verordening als bedoeld in artikel S.6, is ingediend en vóór het vermelde tijdstip daarop nog niet is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 3.. Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing is vereist krachtens deze verordening en die niet voorkomen in een verordening als bedoeld in artikel S.6, zijn niet van toepassing: gedurende twee maanden na de inwerkingtreding van deze verordening; na de onder a vermelde termijn, indien binnen deze termijn een aanvraag voor een vergunning of ontheffing is ingediend, totdat door het bevoegde bestuursorgaan onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. 4.. Besluiten ter uitvoering van bepalingen van de verordeningen als bedoeld in artikel S.6 worden geacht te zijn genomen ter uitvoering van de overeenkomstige bepalingen in deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel