Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 21.

Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2025

1.. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2.. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Hieronder wordt mede begrepen het waterpas stellen van graftekens. 3.. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding is verplicht. 4.. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat de rechthebbende overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 vierde lid van de Wet op de lijkbezorging, door middel van een verklaring schriftelijk op de toestand en verwaarlozing van de grafbedekking is gewezen, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet. 5.. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt of wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats bekend, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 6.. Indien uitvoering is gegeven aan het vierde of vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde respectievelijk vijfde lid, is verstreken. 7.. Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken. 8.. Het college kan nadere regels opstellen voor het onderhoud van de grafbedekking van graven met een beschermd bijzondere status die ten gunsten zijn van de nabestaanden. 9.. Het college kan in navolging van het bepaalde in het achtste lid alle daar voorgaande leden niet van toepassing verklaren op een graf met een beschermd bijzondere status. 10.. Uitgezonderd van het bepaalde in zesde lid en het zevende lid zijn beschermde graven waarop het recht nooit vervalt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel