Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 24.

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2025

1.. Het voornemen van het college om graven te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de graven geruimd zullen worden, door middel van een algemene mededeling op de begraafplaats bekend gemaakt. 2.. Het in het eerste lid bedoelde voornemen wordt bovendien tenminste 12 weken voor de ruiming bekend gemaakt in een regionaal verschijnend dag- of weekblad. 3.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een van de daartoe bestemde afgesloten gedeelten van de begraafplaats, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan tot alsnog cremeren van de overblijfselen. 4.. Van de bij de ruiming van het graf aanwezige asbussen wordt de betreffende as verstrooid, tenzij door de rechthebbende op het graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan om de asbus elders te begraven. 5.. Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. 6.. Een graf met een beschermd bijzondere status mag vanwege deze status in beginsel nooit worden geruimd tenzij: de raad hiervoor zwaarwegende redenen heeft; of een grafrechthebbende hiertoe expliciet en schriftelijk verzoekt en het verzoek van de grafrechthebbende aantoonbaar niet op bezwaren van aanverwanten of nabestaanden stuit.

Rechtspraak bij dit artikel