Het college stelt voorafgaand aan de start van de
vergunningsprocedure een selectiedocument vast waarin de
selectieprocedure en de wijze van beoordeling van de
vergunningaanvragen is vastgelegd.
Het college rangschikt de aanvragen voor vergunningverlening
waarbij een vergunningaanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate
de aanvraag naar het oordeel van het college een grotere
bijdrage levert aan de belangen die deze verordening beschermd.
Daarbij betrekt het college in ieder geval de mate waarin de
continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de organisatie van
de markt is gewaarborgd.
Volgens de rangschikking, bedoeld in het tweede lid, komt de
hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor een vergunning in
aanmerking.
Indien het college gerede twijfel heeft ten aanzien van de
integriteit van de hoogst gerangschikte aanvrager, kan het
college de aanvrager verzoeken een Verklaring Omtrent het Gedrag
voor rechtspersonen te overleggen, of indien het een
buitenlandse rechtspersoon betreft, een document dat ten minste
gelijkwaardig is. Indien een Verklaring Omtrent het Gedrag voor
rechtspersonen dan wel een vergelijkbaar document niet kan
worden overlegd, kan het college besluiten de vergunning niet te
verlenen.
Indien de vergunningaanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals
genoemd in de artikelen 6 en 7 kan het college besluiten de
vergunning niet te verlenen.
Indien er reeds een vergunning is verleend aan een andere
rechtspersoon dan de aanvrager en de duur van deze vergunning
nog niet is verstreken, dan weigert het college de
vergunningaanvraag.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 8.
Beoordeling aanvraag vergunning
Onderdeel van Verordeningen op de warenmarkten voor de gemeente Heerenveen 2009 (vergunning organisatie)